AgentschapNL heeft opdracht verstrekt om in Nederland zo’n 12 ‘prominenten’ te interviewen die zich nadrukkelijk inzetten voor en zich bewegen in netwerken rond NME en LvDO (Natuur & Milieu Educatie en Leren voor Duurzame Ontwikkeling). De resultaten van deze interviews worden gebruikt om dit programma verder te ontwikkelen en mogelijk komt er nog een gebundelde publicatie. Hieronder de integrale tekst van het interview:
Henk Mirck over de netwerken
Mircks duurzaamheidsambities zijn sterk persoonlijk gedreven. Toen het nieuwe college in Zwijndrecht moest worden gevormd wilde hij duurzaamheid in zijn portefeuille. Eerder had hij voor zijn partij al de partijprogrammaonderdelen duurzaamheid, natuur en milieu geschreven. In de gemeente is dus een stevige basis gelegd om te werken aan duurzaamheid. Tegelijkertijd heeft Mirck nu te maken met de enorme bezuinigingsopgaven en een rijksoverheid die subsidies terugtrekt. Mirck:” We hebben geen cent te makken en dan vraagt het creativiteit om je ambities te realiseren. We hebben samenwerking, netwerken en goede coalities hard nodig. Je moet partijen enthousiasmeren om toch mee te doen ook al zijn er weinig middelen.”
Mirck opereert in een grote diversiteit aan netwerken: Bestuurlijke netwerken die je nodig hebt om dingen gedaan te krijgen, een netwerk van terrein beheerders, de woningcorporaties, bedrijfsleven en onderwijs, horizontaal en verticaal georganiseerde netwerken. Mirck: “Je ziet een urgentie om met elkaar samen te werken en tot creatieve slimme nieuwe coalities te komen. Ik zie mezelf in die netwerken als een verbindende schakel. In je positie als wethouder heb je gemakkelijk toegang in die verschillende netwerken. Je bent ook snel op de hoogte. Ideeën genereren en mensen enthousiasmeren is voor ons een belangrijke rol. Dus je bent vandaag de dag veel minder een subsidieschuiver, maar veel meer een facilitator, degene die partijen bijeen brengt.”
Een voorbeeld is het reguliere NME-werk. Vroeger had e de gemeente een milieuambtenaar die bedacht iets en ging het veld in. Tegenwoordig zijn daar veel meer partijen bij betrokken. Waterschappen, bedrijfsleven en onderwijs haken aan en zo wordt door veel meer partijen in samenwerking een NME- programma ontwikkeld. Mirck ziet wel dat er nog veel meer samenwerking en coproductie mogelijk is tussen het regionale NME-centrum Weizigt en de NME-programma’s in de omliggende gemeenten. Mirck: “De afgelopen anderhalf jaar is het netwerk wel veel breder geworden en het mooie daarvan is dus dat er meer draagvlak komt, er is meer mogelijk, terwijl we er eigenlijk minder middelen voor hebben. Er is een urgentie om creatiever te zijn en dat leidt soms tot betere resultaten. Daarmee zeg ik niet dat ik niet meer geld kan gebruiken,want je merkt wel dat je geremd wordt in het grootschaliger aanpakken van dingen.”
Duurzame gebiedsontwikkeling
Mirck noemt een ander voorbeeld van netwerkbenadering bij de ontwikkeling van een buitengebied bij Zwijndrecht waar plaats moet komen voor een combinatie van natuur, recreatie en duurzaamheid. Mirck:”Daar probeer ik een netwerk te vormen van alle mogelijke partijen en belanghebbenden. Als ik dat niet doe en de gemeente gaat zelf iets organiseren dan weet ik nu al dat het niet gaat werken. Ik ga nu persoonlijk langs alle mogelijke belanghebbenden met mijn ideeën en probeer ze te enthousiasmeren om deel te nemen in een groter platform, in een groter netwerk, om met elkaar na te denken over wat we nu eigenlijk met dat gebied willen. Als wij daar iets unieks in de combinatie van natuur,recreatie en duurzame energieopwekking gaan doen , wat betekent dat dan. Dan moet ik naar de samenleving, naar de jeugd en onze inwoners, want die gaan recreëren. Misschien kan het bedrijfsleven meedenken en het onderwijs. Dan ga je netwerken met elkaar verbinden. De ondernemersvereniging haakt aan, het onderwijs haakt aan, IVN Nederland, IVN Zuid-Holland, de terreinbeherende instanties, Groen Service Zuid-Holland, recreatieschap IJsselmonde, Staatsbosbeheer. Zo vorm je een coalitie voor een bepaald project, maar je ziet als een afgeleide daarvan dat er netwerken gecreëerd gaan worden.”
Duurzaamheidplatform
Mirck ziet steeds meer andersoortige netwerken ontstaan die elkaar nodig hebben om hun individuele maar uiteindelijk gezamenlijke ambities op het gebied van duurzaamheid vorm te geven. Als voorbeeld noemt hij een burgerinitiatief in Zwijndrecht, een voormalig milieuplatform dat voor de gemeente een soort adviesorgaan was. Ze vertelden de gemeente vooral wat niet goed was, maar nooit hoe het wel moest. Mirck nodigde hen uit afstand te doen van het activistenimago en proactief mee te denken over duurzaamheid. Toen ontstond het Duurzaamheidsplatform dat in korte tijd van de voormalige drie naar twintig actieve leden groeide. Buurgemeenten merkten die betrokkenheid van de gemeenschap ook op en nu is er een platform aan het ontstaan voor de hele Zwijndrechtse Waard. Mirck: “Je ziet dus dat er vanuit de lokale initiatieven een steeds breder wordende samenwerking ontstaat en daarmee krijg je de dingen voor elkaar.”
Succesfactoren voor de groei van netwerken
Volgens Mirck is een belangrijk kenmerk van een netwerk dat mensen niet alleen overgeleverd zijn aan elkaar, maar dat ze ook graag samen dingen wil doen. Je hebt mensen nodig met drive, passie en enthousiasme. Mirck:” Blijkbaar hebben we die ingrediënten hier, want ik hoor nogal eens zeggen: ‘Hé, daar in het Zuid-Hollandse daar werkt het klaarblijkelijk wel’ en ‘Daar rondom die Drechtsteden daar gebeuren leuke dingen’.” Volgens Mirck hangt het succes van de duurzaaheidsnetwerken ook samen met de geografie. De urgentie in een gebied als de Veluwe of Overijssel zou wel eens minder groot zijn in vergelijking met de verstedelijkte Drechtsteden waar men heel erg beschermend moet zijn naar wat er nog is aan natuur en groen.
Naast passie en drive is volgens Mirck ook het delen van ervaringen en resultaten een belangrijke succesfactor. Wat zijn andere succesfactoren? Eén succesje geeft inspiratie voor het volgende succes. Mirck:”Je ziet dat coalities en nieuwe netwerken tot stand komen tussen partijen die bewezen hebben iets voor elkaar te kunnen krijgen. Helemaal vanuit het niets zonder ervaringen en successen samenwerking tot stand te brengen is riskant.” Successen moeten ook zichtbaar worden. Mirck ziet op dat vlak een belangrijke rol voor het GDO. “Binnen dat netwerk kunnen heel veel successen, kennis en ervaring met elkaar worden gedeeld. Het is ook belangrijk om falen met elkaar te delen. Successen zijn snel gekopieerd, maar fouten vermijden is veel lastiger. Een fictief voorbeeld: als ik hier een vergister neerzet, dan kan ik prima praten met mensen die dat elders met succes hebben gedaan, maar ze moeten me ook vertellen welke beren er op de weg waren.”
Hoe robuust is de beweging?
Geldstromen zijn geen garantie voor continuïteit. Die nemen af of verdampen. Mirck weet ook niet precies wat die continuïteit wel waarborgt. De inbedding in het gemeentelijk beleid is erg belangrijk, maar ook dat is relatief. “Als we over 2,5 jaar weer verkiezingen hebben dan kan duurzaamheid misschien helemaal geen topic meer zijn in de regio en dan gaat het snel verwateren.” Belangrijk is te zien dat de netwerken toegevoegde waarde leveren. Als dat zichtbaar wordt, is de kans op blijvende steun groot. Ter illustratie verwijst Mirck naar de steeds prominenter wordende rol die Weizigt NMC heeft in Dordrecht en in de regio. Het zou raar zijn als een volgend college daar de stekker zomaar uit zou trekken. Tenslotte benadrukt Mirck dat geld zeker belangrijk is om verder te kunnen bouwen aan duurzaamheid, maar dat het ook erg belangrijk is dat de andere overheden, zoals rijksoverheid en provincie de urgentie en de noodzaak van de verschillende netwerken onderkent en hun bestaan ook erkent en ondersteunt in meerjarenplannen. Een erkenning voor die netwerken is ook een basis voor robuustheid. Mirck:”Ik zie natuurlijk wel de stappen naar steeds verdere decentralisatie en dat is prima, maar bij decentralisatie hoort ook erkenning van de dingen die je gedecentraliseerd hebt. Dat gezegd wordt: ‘Wij erkennen dat het goed is wat daar gebeurt en wij ondersteunen dat.”
